» Overwegingen alvorens tot kindertherapie te besluiten
Kinderen komen meestal niet zelf met een hulpvraag. Ouders zoeken al of niet op verwijzing van weer een derde, hulp bij wat zij als problematisch in het kind ervaren. Het is zeker niet zo, dat in al die gevallen therapie voor een kind, het meest passende antwoord op die hulpvraag is. En aantal verschillende factoren zal in de gaten gehouden moeten worden, voordat een hulpaanbod gedaan kan worden.

Sociaal-emotionele factoren.
Hoe functioneert het kind thuis, op school, elders; hoe beleven de ouders de problemen waar zij hulp bij komen zoeken; zijn daar onderlinge verschillen, en wat voor betekenis kennen wij en ook de ouders de mogelijke verschillen toe; hoe beleeft het kind de problemen; hebben de ouders het gevoel dat zij een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de moeilijkheden; heeft het kind het gevoel een bijdrage aan de oplossing te kunnen leveren; kunnen de ouders veranderingen aan; kunnen de ouders naar zichzelf kijken met de bedoeling bepaalde gewoonten waar nodig te veranderen; neemt het kind een 'zondebok' positie in binnen het gezin; zijn de problemen die het kind vertoont een min of meer adequate reactie op spanningen waar aan het bloot is gesteld; enz.

Omgevingsfactoren.
Het is van belang na te gaan, of de omgeving waar het kind opgroeit mogelijk van invloed is op de problemen die het kind vertoont. Als blijkt dat een kind dat aangemeld wordt omdat het niet kan spelen met andere kinderen, heel afgelegen woont en dus ook niet vaak kan oefenen met het samen spelen, is het advies om het naar een peuterspeelzaal of een kleuterschool te laten gaan, meer geŽigend dan een therapie.

Intellectuele factoren.
Een kind dat boven of onder haar intellectuele vermogens wordt aangesproken, kan zich diep ongelukkig voelen, zonder dat het in staat zal zijn aan te geven waar dat ongelukkige gevoel vandaan komt. Een verandering van school kan dan eerder een oplossing bieden dan een therapie.

Somatische factoren.
Zijn er lichamelijke componenten die oorzaak zijn van, of invloed hebben op het probleem? Bijv., een kind dat in bed plast als gevolg van een afwijking aan de blaasspier, is niet echt geholpen met een therapie. Een begeleiding van de kinderarts, een blaastraining of misschien zelf een operatie zal in zo'n geval meer aangewezen zijn.

In het zoeken naar en het bepalen van een antwoord op de hulpvraag, zullen al deze factoren zorgvuldig bekeken moeten worden. Alvorens tot therapie over te gaan, zullen sommige oorzaken uitgesloten moeten worden. Therapie is namelijk alleen gewenst als het om psychische problemen gaat.

De keuze voor een therapie voor het kind, brengt zowel voor het kind las voor haar ouders nogal wat met zich mee.
Voor een kind is het veelal tegelijkertijd prettig, maar ook heel moeilijk om in therapie te zijn. Prettig is, dat er een uur is dat het helemaal voor zichzelf heeft. Dat er een volwassene aanwezig is, die zich helemaal op het kind richt en samen met het kind zorgt voor activiteiten die op haar zijn afgestemd. In dat uur kan het kind alles te berde brengen, het kan op ontdekkingstocht naar haar eigen mogelijkheden gaan en zal ongeacht de inhoud van die ontdekkingen met respect behandeld worden.
Tegelijkertijd is het moeilijk om in therapie te zijn. Het kind is daardoor een uitzondering, ten opzichte van klasgenootjes en ook ten opzichte van andere gezinsleden. Het is voor een kind niet eenvoudig om uit te moeten leggen waar het iedere week heen gaat, en waarom. Vaak zijn lichamelijke klachten beter te begrijpen voor de omgeving dan psychische en boezemen ze minder angst in. Het kind kan zichzelf als 'oorzaak van alle problemen' geÔdentificeerd voelen door een therapieplaatsing. Het kan het gevoel krijgen 'gek' te zijn. Bovendien is therapie, ondanks alle fijne kanten en alle mogelijkheden die geboden worden, bij tijden ook heel moeilijk en verwarrend. Er wordt aan een kind getrokken en het kind wordt gestimuleerd om nieuwe stappen te gaan zetten. Natuurlijk zal de therapeut op het niveau van het kind aandacht geven aan deze belastende factoren. Kinderen moeten door hun therapeut geholpen worden met het hebben van therapie en met de verwerking van de reden waarom therapie nodig is geworden.
Ook voor de ouders en het gezin brengt therapie afgezien van steun een zekere belasting met zich mee. Jonge kinderen moeten gehaald en gebracht worden, ouders moeten zich voor een langere periode vastleggen op die bereidheid. Ouders hebben te maken met familieleden, buren en anderen wiens 'oordeel' over de problemen en het in therapie gaan van hun kind zij zich aantrekken. Ouders hebben ook te maken met het oordeel dat zij over zichzelf vellen; zij kunnen het gevoel hebben 'mislukt' te zijn. Vaak wordt van ouders verwacht, dat zij zichzelf onder de loupe nemen, dat zij gaan zoeken naar hun aandeel in de problemen, en dat is niet altijd eenvoudig.Het is voor ouders ook niet altijd makkelijk om aan te zien, dat hun kind zich bij de therapeut gaat ontplooien, dat hun kind zich aan de therapeut gaat hechten.
Vaak zal het ondanks alle bezwaren toch nodig zijn, het kind de kans te bieden zich in therapie te ontplooien.

Wanneer kan beeldende therapie werkzaam zijn?
Beeldende therapie kan in wezen in bijna alle gevallen waar therapie nodig is, werkzaam zijn. Kinderen hoeven niet aan een bepaald profiel te voldoen alvorens ze met beeldende therapie kunnen beginnen. Of kinderen nu kunnen praten over hun problemen of niet, of kinderen nu inzicht hebben in problemen of niet, of ze chaotisch of dwangmatig zijn, actief of passief, via methodisch gehanteerde activiteiten is altijd een ingang te vinden. De beeldende therapie kan zich aanpassen aan het kind, waar zich dat ontwikkelingspsychologisch gezien ook bevindt. Dit neemt natuurlijk niet weg, dat niet alle stoornissen zich door beeldende therapie laten beÔnvloedden. Te denken valt dan vooral aan organische stoornissen en lichamelijke handicaps. Beeldende therapie kan in die gevallen wel waarde hebben in het helpen andere omgangsvormen met deze handicaps te vinden en het helpen verwerken van het hebben van zo'n handicap.

Samenwerking met de ouders.
Het is heel belangrijk bij kindertherapiŽen om zorgvuldig te bekijken op welke manier en in welke mate de ouders bij de therapie betrokken zullen worden. Zij vragen om hulp en zij blijven de uiteindelijk verantwoordelijke personen, enkele uitzonderingen daargelaten. In het algemeen kan gesteld worden dat ouders zoveel mogelijk bij de therapie van hun kind betrokken dienen te worden. Zij moeten immers weer samen met het kind en zonder de therapeut verder. Zij helpen het kind in het dagelijks leven vorm te geven aan de in de therapie ontdekte nieuwe mogelijkheden. Dit zoveel mogelijk bij de therapie betrekken van de ouders kan variŽren. Welke keuze gemaakt wordt, is afhankelijk van enerzijds de mogelijkheden, de wensen en de inzet van de ouders, en anderzijds van wat goed is voor het kind.

Tekst afkomstig uit: ĎCreatieve Therapieí van Grabau en Visser

[ terug... ]Omhoog


Loesje



www.lkng.nl

  • Site van het Landelijk KennisNetwerk Gehandicaptenzorg. Hier vind je o.a. de tekst van Kun je uit hemel vallen?

www.reikicentrum.nl

  • Site over reiki, ook voor kinderen.

site van Ton Leenhouts

  • home.hetnet.nl/~f2huwbalans

www.vaktherapie.nl

  • Site van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen

teller


Copyright 2002-2018